Het onderwijs en de opvang voor kinderen die nog niet leerplichtig zijn, verschilt flink tussen de EU-landen. Na een oproep van de EU-regeringen, stelt de Commissie een aantal gemeenschappelijke maatregelen voor het onderwijs aan en de opvang van jonge kinderen voor.
De EU-landen gaan nauw samenwerken op punten zoals:
goed kleuteronderwijs voor alle kinderen, wat naar verwachting arme, gehandicapte en allochtone kinderen en kinderen uit sociale geïsoleerde milieus (zoals de Roma) ten goede zal komen;
integratie van onderwijs en opvang;
aandacht voor de juiste balans tussen academische en sociale vaardigheden van deze groepen;
kwalificaties, salaris en werkomstandigheden van het personeel;
gemeenschappelijke normen voor het volgen van vooruitgang die kinderen boeken.
Om samenwerking op dit vlak te bevorderen, zal de EU de EU-landen helpen het beschikbare geld en onderzoek beter te benutten.
Tot nu toe heeft de EU zich vooral gericht op de beschikbaarheid van kinderopvang, zodat meer ouders, met name moeders, kunnen werken.
Deze nieuwe aanpak is gericht op de behoeften van kinderen van ongeveer 4 tot 6 jaar. Uit onderzoek blijkt dat investeren in kleuteronderwijs essentieel is. Het helpt kinderen uit achtergestelde milieus, bevordert sociale integratie en vermindert schooluitval.
Kleuteronderwijs van hoge kwaliteit voor alle kinderen in de EU zal helpen het EU-doel te bereiken dat minder dan 10% van de kinderen school verlaat zonder diploma. Zo zouden 20 miljoen mensen minder de kans lopen in armoede of sociale uitsluiting te belanden.
In 2009 heeft de EU een doel gesteld: onderwijs en opvang voor tenminste 95% van de kinderen vanaf 4 jaar totdat zij leerplichtig zijn. Momenteel is het EU-gemiddelde 92%, waarbij een aantal landen ernstig achterop hinkt.
De EU-ministers van Onderwijs gaan de voorstellen in mei bespreken. De hulp aan alle landen om de doelstelling te halen zal waarschijnlijk in het najaar van 2011 van start gaan.